Stelende apen, goddelijke saté en le tour du Penang

Zoals we in het vorige verslag hebben hebben gezegd zijn we vanaf de Cameron Hibghlands met bus naar Kuala Kansgar gegaan. Kuala Kangsar is een klein stadje, en we hebben het eigenlijk gebruikt als tussenstop tussen de Cameron Highlands en Penang. Een Nederlandse man (waarvan we de naam niet meer weten maar we noemen het John of Julius, zie zn website http://jielus.blogspot.com/) raadde ons dit stadje ook aan om eens te bezoeken.

Toen we in Kuala Kangsar eenmaal een hostel hadden gevonden (duurde even) besloten we om wat sight seeing te gaan doen. In Kuala Kangsar bevinden zich de Ubudiah Moskee en het Paleis van de Sultan. Beide zeer indrukwekkende gebouwen. Het was alleen bloedheet, en dan ook echt bloedheet. We sloften de weg af alsof we allebei een zonnesteek hadden van hier tot Tokyo. Daardoor hebben we niet met volle teugen van de gebouwen kunnen genieten. Bij het paleis van de Sultan zagen we in de verte, paleis staat op een heuvel, aardig bedreigende wolken aan komen. Daarom zijn we maar weer heel snel terug gesloft om vervolgens in de KFC te gaan zitten om te schuilen en te WiFi’en (wat niet bleek te werken). Nadat de straten van Kuala Kangsar van een grondige douche waren voorzien hebben we nog wat rondgesnuffeld in de straatjes van het dorpje. Vervolgens hebben matig gegeten (wel WIFI) en nog minder goed geslapen op waarschijnlijk de hardste matrassen ter wereld.

De volgende dag was het vroeg opstaan, en op naar het volgende station: Penang. Via bus en ferry komen we rond een uur of 11 s ’ochtends in Georgetown aan, de hoofdstad van Penang. Nadat we, uitgeput van het zoeken naar een hostel in de hitte, onze rugzakken hadden gedropt, besloten we een rondje Georgetown te gaan doen. We zijn eerst naar Fortress Cornwallis gelopen. Het fort zelf was niet veel meer dan een paar muurtjes en wat oude kanonnen. Maar toch zit er een heel historie achter. Er is bijvoorbeeld een kanon van de VOC in het fort. Dit kanon is door de Britten van de Nederlanders veroverd en in het fort geplaatst. De lokale bevolking heeft er in de loop van tijd allemaal sprookjes en mythes mee verbonden. Na ons bezoek aan het fort verder gegaan met onze ontdekkingstocht door George Town. Het leuke aan Georgetown is dat je er straten hebt waar kleine straatstalletjes staan, veel hostels zitten, en je echt het ‘Azië gevoel’ krijgt, maar dat er ook straten zijn met grote statige gebouwen die weer een totaal andere sfeer creëren.

We hadden die avond besloten dat de volgende dag een actieve dag zou worden. We besloten om fietsen te huren en een stuk over het eiland te gaan fietsen. Nou, dat was zwaarder dan dat we gedacht hadden. We wilden het War Museum aan de andere kant van het eiland wel eens bezoek brengen, en daarna zouden we terug fietsen via wat andere bezienswaardigheden. Het was wederom weer bloedheet, en dan ook echt bloedheet. Ook doen ze in in Penang niet aan fietspaden, waardoor we het grootste deel van de fietstocht over de snelweg hebben gefietst. Onderweg zijn we nog we even gestopt voor een overheerlijk Tutti Frutti ijsje (zie Eten) en na ruim tweeënhalf uur kwamen we dan eindelijk aan bij het War Museum.

Het War Museum. Na dat we wat bordjes hadden gevolgd in de richting van het museum moesten we een stukje een berg op. Ten minste dat dachten we. Dus wij met volle moed, of wat er nog van over was na de hele fietstocht, staand op de trappers naar boven te fietsen. Na een honderd meter en een haarspeldbocht verder zagen we dat het toch wel een stukje verder was dan dat we dachten. Het blijk dat het toch nog wel een goed kilometertje lang omhoog ging. Halverwege zijn ongeveer van onze fietsen gevallen en verder naar boven gestrompeld. Als welkom in het museum werd ons een spreekbeurt voorgehouden over dat alles wat je ging zien in originele staat verkeerde en dat we als je best deed je het stampen van de soldaten laarzen, het krijsen van de gevangenen, het laden van wapens en het gekraak van de commandoradio kon horen! Vol verwachting volgende we de rode pijlen die ons over het terrein leidde. Veel gezien aan wapentuig en barakken. De soldaten en de gevangenen hadden volgens mij deze dag verlof gekregen want hoe hard we ook ons best deden konden we ze niet echt horen of inbeelden. Afijn, een warm en vermoeiend maar wel leuk bezoek aan het museum.
We hadden gemerkt dat de route naar het museum een stuk langer duurde dan we hadden gedacht. Dus besloten we maar om de andere geplande bezichtigingen van tempels te schrappen en maar gewoon richting ons hostel in George Town te fietsen. Dit werd weer het zelfde verhaaltje als de heenweg, al werd het op het eind nog een beetje spannend. Door het fietsen hadden we niet echt gezien dat de lucht nogal aan het betrekken was en dat de moessonregen op elk moment kon neerdalen op onze oververhitte hoofdjes. Gelukkig waren we al in de buitenwijken van George Town toen het begon te regenen en zijn we gaan schuilen bij een hele aardige motordealer waar we binnen in de airco mochten zitten. Na een stevig uurtje regen hebben we onze fietstocht hervat en de mountainbikes netjes weer afgeleverd bij de verhuurder. Voor het avondeten het fietszweet van ons af gedoucht en opzoek gegaan naar een diner. Na wat rond gelopen te hebben uiteindelijk gekozen voor een druk straatkraampje. Ze maakte hier, zover we denken Char Kway Teoh (zie de eten-pagina). Na wat hints gebaren onze bestelling geplaatst en plaats genomen op de plastic stoelen voor een willekeurige voordeur. Het eten was werkelijk verrukkelijk. Na het eten nog wat boodschappen gedaan en naar bed gegaan om de volgende dag fit te zijn.

De volgende dag moesten we ook wel fit zijn aangezien we weer een jungle trail gingen bewandelen. Er is op Pehnang een klein nationaal park met een paar van die trails. Eentje ging naar het zogenaamde ‘’Monkey Beach’’. Raad maar wat er op dat strand rond liep, ja inderdaad aapjes. Na een lange bus rit naar het park en een, in vergelijking met de Cameron High Lands lichte, wandeling door de jungle kwamen we aan op het stukje strand waar we al gelijk werden verwelkomt door een groepje aapjes. Ook volgen er boven in de lucht een paar arenden. Deze vogels komen ook voor op dit eiland. Jos gooide z’n rugzak op de grond om zijn camera te pakken voor een mooi foto terwijl Jop zich stond te vergapen aan de mooie baai met zijn strand. Op een gegeven moment begon een kapitein van een bootje wat aangemeerd lag op het strand in onze richting te roepen en te wijzen. In eerste instantie begreep ik niet wat hij bedoelde. Maar na dat ik me had om gedraaid richting Jos zag ik dat z’n rugzak in plaats van het normale zwart opeens grijs kleurde. ‘’Jos! Jos! Je tas, er zit een aap in je tas!’’ riep ik. Maar nog voordat Jos iets kon doen had de aap de cameratas (zonder camera) te pakken en rende als een speer naar de dichtstbijzijnde palmboom. Jos stond vol ongeloof naar het topje van de boom te kijken terwijl ik omkwam van het lachen. Op z’n dooie gemakje ging mr. aap de tas maar eens grondig inspecteren op voedsel en ritste alle vakjes open. We proberen met wat takken en oude kokosnoten de aap uit de boom te gooien maar kregen er alleen vliegende USB-kabeltjes voor terug. Steeds kroop de aap stukjes verder naar hogere bomen.

Na een minuut of 10 was de tas niet interessant meer en liet de mr. aap maar gewoon uit z’n klauwen vallen. En ja natuurlijk precies op de top van een kleinere palmboom. Dus stonden we als een stelletje inheemse bewoners aan de boom te schudden alsof ons leven er vanaf hing. Eind goed al goed, we hebben de tas weer terug en geleerd dat je apen niet kan vertrouwen! Na even te hebben uitgerust op het strandje, zijn we weer huiswaarts gekeerd. Nog een beetje rond gewandeld in George Town voordat we superlekker hebben gegeten, de Satay. We waren de enige westerse mensen in het tentje en de baas/opper ober vond het helemaal te gek dat hij westerse mensen in zijn restaurantje had. Netjes volgens een engels schoolboek en met een grijns van 10 kilometer werden onze bestellingen opgenomen en geserveerd. Hartstikke genoten van de Satay.

Na het eten nog snel bij de receptie van ons hostel 2 tickets geboekt naar Kuah, Langkawi. Maar daar over meer in het volgende verslag! Kijk ook nog op de Foto pagina want we hebben weer wat nieuwe foto’s geplaatst!

2 reacties op “Stelende apen, goddelijke saté en le tour du Penang

  1. Ha Jos en Jop,
    ik ben een collega van moeders Henriette. (tijdelijk in ruste reiziger,,,,)
    Geweldige verhalen, prachtige foto’s!
    geniet geniet geniet!
    Ik blijf jullie volgen.

    Groetjes uit Belanda
    Maarten

  2. Geweldig verhaal weer jongens! Geen wonder dat jullie een paar dagen achterlopen. Kunst last zich niet haasten, bij terugkomst de AKO-literatuurprijs ophalen :-)

Reacties zijn gesloten.