Treinen, tempels en taxi’s

Hallo allemaal!
Het is alweer een tijdje geleden dat we iets van ons hebben laten horen op de blog. Tijd dus voor een nieuw verslag! (en check ook de andere pagina’s voor update’s!)
We waren gebleven bij Koh Tao, waar we de nachtboot naar Chumphon hebben genomen. De nachtboot was wat luxer en grootschaliger opgezet de onze nachtboot op de heenweg. Dat wilde echter niet helpen voor onze nachtrust. Jos komt met een paar uurtjes en Jop zelfs met bijna geen slaap de boot af. We kwamen al om 4:30 aan en we namen vanaf de pier een taxi in pick-up vorm naar het treinstation. We hadden uitgevogeld dat we vanaf Chumphon de trein naar Nong Pladuk konden nemen, en daar konden overstappen om in Kanchanaburi te komen. Appeltje eitje, zou je denken. Dachten wij ook. Het liep alleen allemaal een beetje anders dan we dachten.

We kwamen iets over vijf aan op het treinstation. De trein zou om 7:02 vertrekken. Na twee lange uren op het treinstation was er nog geen spoor van de trein te bekennen. De trein bleek dik een uur vertraging te hebben. Na 8 helse uren in een overvolle, warme en veel te krappe trein, met nog eens anderhalf uur vertraging erbovenop, kwamen we aan op het vertalen treinstation van Nong Pladuk. Onze overstaptrein hadden we natuurlijk dik gemist. We wisten dus niet zo goed wat we moesten doen en hoe we het gingen doen.
Toen we de trein uitsprongen snelde de stationsmeester/conducteur naar ons toe met de vraag waar we naar toe gingen. Na een spelletje hints werd ons duidelijk dat als we naar Kanchanaburi wilde, we mee moesten lopen. Hij riep zijn vrij gezette cornetto-etende vriend en bracht ons naar hun scootertjes waar ze uitbundig naar hun zadels wezen. Wij begrepen het niet helemaal. Kanchanaburi was nog zeker 150 kilometer rijden. Na wat geroep en geschreeuw kwam er een andere vriend aan lopen die ons in de 4 worden Engels vertelde dat ze ons naar ‘’het’’ busstation zouden brengen.
Veel keus hadden we niet. We sprongen dus, volledig bepakt, achterop bij de twee heren. 20 minuten later kwamen we aan bij een busstop, in de stad die Bang Pong scheen te heten. Hier kregen we te horen dat er over een kwartier een bus naar Kanchanaburi zou vertrekken. We waren gered!

In Kanchanaburi zijn we in een mooie kamer op een woonboot in de Kwai rivier neergeploft. We hebben wat voedsel tot ons genomen, hebben nog wat over de nightmarket gesloft, en zijn toen een diepe, lange slaap verzonken.
De volgende dag hebben we scootertjes gehuurd en zijn we de omgeving gaan verkennen. We zijn als eerste daar het JEATH museum gereden. Daar is veel info te vinden over de Tweede Wereldoorlog in Thailand. Thailand was in de WWII bezet door de Japanners. In de omgeving van Kanchanaburi zijn er veel kampen geweest waar krijgsgevangenen (ook veel Nederlanders) bruut werden behandeld. In Kanchanaburi draaide het vooral om de spoorlijn de Japan van Bangkok naar het buurland Burma (nu Myanmar) wilde laten lopen. De Japanners lieten bij het ‘the Death railway’ project krijgsgevangenen en ook veel lokale mensen het werk doen. 15.000 krijgsgevangen (waaronder 3000 Nederlanders) en ongeveer 100.000 van de lokale (vooral Thaisse en Indonesische) dwangarbeiders stierven tijdens de bouw van de Dodenspoorljn aan uitputting, ziekte of ondervoeding.
Na het JEATH museum namen we een kijkje bij de lokale Commonwealth begraafplaats en de veel besproken ‘’River Kwai Brigde’’. Deze brug was van groot belang in de oorlog. Hij is meerdere keren gebombardeerd, en steeds weer opgebouwd. De brug is vooral beroemd geworden door de film Bridge on the River Kwai, die overigens niet het echte verhaal verteld (hebben we geleerd in het JEATH museum). Na eventjes over de brug te hebben gelopen zijn we weer op de scooters gesprongen richting het Railway Museum. Eenmaal aangekomen daar bleek dat het nog maar 10 minuten open was. Jammer maar helaas. Toen maar wat tempels opgezocht die we konden bezoeken. Na een stevig half uurtje rijden kwamen we het eerste monument tegen, het “King Namesuan Monument’’. Het monument was nog erg nieuwe aan gezien het eigenlijk nog een bouwplaats was. Maar het monument, King Namsuan op een grote oorlogsolifant, was al wel af. Aangezien het erg ver rijden bleek, volgens de kaart was het nog geen 10 minuten rijden, was het al laat en zijn we snel teruggereden om te gaan eten.

Na weer een halfuur insecten en aardige portie CO2 tot ons te hebben genomen kwamen we aan bij het hostel. Daar weer wat gegeten en toen weer naar de nightmarket gescootert. Daar hebben we weer onze ogen uitgekeken, wat gitaar gespeeld, rijstballen gegeten en 2de hands Levis broeken bekeken. s’Avonds bij het hostel nog een biertje gedronken en toen het bed in gedoken om volgende dag naar de Erawan waterval te gaan.

De Erawan watervallen zijn onderdeel van het nationale natuurpark Erawan. De watervallen, er zijn 7 etages, zijn in totaal bijna 2 kilometers. Je kan de eerste paar etages makkelijk bereiken via het pad. Maar vanaf de 4de etage word het een stuk lastiger. Maar wij zijn Jos en Jop niet om toch naar de7de etage te klauteren. Na wat vallen en opstaan van Jos, gelukkig alleen wat schrammen, kwamen we aan bij de bovenste etage. Het zijn erg mooie watervallen. Echt zoals je op Discovery Channel ziet. Wat ook bijzonder is, is dat hier in de Garra Rufa visjes leven. Misschien beter bekend als ‘’Dr. Fish’’. Terwijl ze in alle fish spa’s makkelijk 100bath vragen voor een uurtje knagen, hebben wij ”voor gratis” een echte behandeling gekregen. Het is een heel raar gevoel, maar het werkt wel als een bezetene. Zo vervolgende wij onze weg met zijde zachte voetjes en handen.
Vlakbij was een hoogstaand stukje techniek van de Thaise overheid: een heuse hydroplant. Na daar een ijsje te hebben gegeten en het reusachtige bouwwerk te hebben bewonderd, zijn we maar weer naar Kanchanaburi gereden. Wat nog een redelijke 80 km terug was. ‘s Avonds hebben we gegeten bij een restaurantje wat door een kennis van Jos was aangeraden (bedankt nog Ariane!). Het was een Portugees die getrouwd was met een Thaise. Samen runnen ze een restaurant. We waren die avond de enige gasten en we kwamen precies binnen toen het avond eten voor de hele familie werd klaargemaakt. Ze vroegen of we misschien zin hadden in Portugeese tortillia. Wij staat open voor veel dingen dus waarom niet. Tenslotte wilden we ook wel weer iets anders dan noedels of rijst. We kregen uiteindelijk stukken aardappel met een heerlijk sausje. Na dit heerlijke avondmaal zijn we nog voor de laatste keer naar de nachtmarkt gegaan. De volgende dag zouden we eerst nog naar ‘’Hellfire Pass’’ gaan en daarna met de bus naar Ayuthaya reizen.

De volgende dag vroeg opgestaan om met de lokale bus naar de ‘’Hellfire Pass’’ te gaan. Na 2 uur in de bus kwamen we aan bij de pas. Deze pas is een de bekendste plekken van de beruchte Death Railway. Hier moesten de gevangenen een 400 meter lange, 5 meter brede en 25 meter diepe pas uit de berg graven met simpel handgereedschap. We hadden maar weinig tijd omdat we op tijd weer terug in Kanchanaburi moesten zijn om daar weer de bus naar Ayutthaya te pakken. De bus terug liet alleen een beetje lang op zich wachten. Een beetje erg lang. Na een uurtje stopte er een overvolle bus voor onze neus. Aangezien de gemiddelde lengte hier in Thailand 1,5 meter is zijn alle openbare vervoersmiddelen ook niet voor mensen groter dan deze anderhalve meter gemaakt. Dat betekend dus dat stoeltjes, bankjes en bedden te klein zijn voor ons. Maar ook het plafond is een stuk lager. Dus als je in een overvolle bus stapt waarin geen zitplaatsen meer beschikbaar zijn ben je als lange Nederlander toch de sjaak. We hebben toen een lange drie kwartier tegen elkaar aangedrukt in de bus gestaan. Uiteindelijk een stoeltje weten te bemachtigen en ons daar maar voor het resterende uur opgevouwen. Terug op het busstation was het een beetje rennen en vliegen geblazen. Over 20 minuten zou onze bus naar Ayutthaya vertrekken, maar we moesten onze backpacks nog ophalen bij het hostel en we wilden nog wat eten. Terwijl Jop met behulp van 2 veels te dure tuktuks de backpacks haalde, genoot Jos van fried rice voor 2 personen. Gelukkig was Jop nog net op tijd voor de bus. Maar zoals ook hier, alles ging ‘’Thai time’’. Een kwartier later reden we pas weg uit Kanchanaburi.

In Suphanburi moesten we overstappen op de bus naar Ayutthaya. Het vervelende was dat er geen lokale bussen meer reden en dat er alleen nog dure minivans naar Ayutthaya gingen. Dus waren we gedwongen om een minivan te stappen. Tegen etenstijd stapten we helemaal gaar uit in Ayutthaya. Na een blokje te hebben gelopen, hebben we een kamer geboekt en gelijk 2 fietsen gehuurd. Als eerst snel naar het treinstation gereden om tickets voor de nachttrein van de volgende nacht te boeken. Vervolgens naar de nachtmarkt van Ayutthaya gefietst om daar wat te eten en wat rond te neuzen.
De volgende dag stond in het teken van tempels en ruïnes. ’s Ochtends zijn we eerst naar het nationaal museum gegaan om ons een beetje in te lezen. Daarna zijn we de meest bekendste en grootste tempels af gefietst. Met af en toe wat prikkeldraad waardoor een band lek ging. Onderweg genoten van de cultuur en het straatbeeld van het sfeervolle stadje. Voordat we op de trein stapten, die weer een half uur vertraging had, nog wat gegeten op de wekelijkse nachtmarkt. Hier wat typisch Thaise snacks gegeten zoals mango met plakrijst en kokosmelksiroopsuiker-balletjes. Om half 10 rolden de wagons het station uit op weg naar onze volgende bestemming. Chiang Mai.

2 reacties op “Treinen, tempels en taxi’s

  1. Wel een, door omstandigheden, wat late reactie op dit verhaal.
    Geweldig om te lezen hoor! Ik heb het idee dat, wat jullie allemaal in drie maanden proppen, eigenlijk voor een heel jaar bestemd is.
    Want wat maken jullie veel mee en wat zien jullie ongelofelijk veel!
    Dikke kus voor allebei Mama P.

  2. Een mooi verslag laten jullie ons weer lezen.Wat zullen jullie
    genieten van al dat mooi’s.Het is ook een hele belevenis dingen
    te kunnen zien die je alleen uit boeken of van de film kent.
    Zoals de spoorlijn, daar is heel wat gebeurt.
    Maar de reis van jullie gaat verder het avontuur tegemoet.

    Veel geluk en plezier.
    Groetjes oma Corry. xxx

Reacties zijn gesloten.